Het beoordelingsproces van WEETRA stelt bij elke materiële gerapporteerde positie een eenvoudige vraag. Draagt het bewijs de positie? Die vraag wordt vóór formele verificatie of regelgevende beoordeling gesteld, niet erna.
Regulation (EU) 2023/956 en toepasselijke uitvoeringshandelingen definiëren de regelgevende objecten en bewijsvereisten die in het dossier worden onderzocht.
WEETRA organiseert het onderzoek via 140 gecontroleerde beoordelingsposities over tien beoordelingsblokken. Het beoordelingsproces structureert het werk. het schept geen nieuwe wettelijke verplichtingen.
WEETRA gebruikt een gestructureerd beoordelingsproces om de bewijspositie van een regelgevingsdossier te onderzoeken. Het proces wordt momenteel toegepast op CBAM.
WEETRA certificeert geen naleving van regelgeving. Het onderzoekt of de informatie achter een gerapporteerde positie tot de bron kan worden herleid, onderling samenhangend is en later nog kan worden gereconstrueerd.
De beoordeling is georganiseerd in tien gebieden, B1 tot en met B10. Samen omvatten ze ongeveer 140 controlepunten.
Dit aantal beschrijft de breedte van de WEETRA-beoordeling en is geen vaste checklist die bij elke opdracht op dezelfde manier wordt toegepast. Welke punten gelden, hangt af van het mandaat, het werkelijk aanwezige bewijs en de bronvoorwaarden.
Onderzoekt de identiteit en status van de declarant, de regelgevende reikwijdte van het dossier en de governancevoorwaarden waaronder het wordt beoordeeld.
Onderzoekt hoe goederen worden geïdentificeerd, geclassificeerd en gekwantificeerd, en of die cijfers gelden over het hele dossier.
Onderzoekt welke installatie en welke exploitant achter de goederen staan, en hoe de herkomst wordt vastgesteld.
Onderzoekt de opgegeven emissies, de methode die is gebruikt om ze te verkrijgen, de controleperiode en het verificatiebewijs waarop wordt vertrouwd.
Onderzoekt het instrument, de betaling en de toewijzing achter een claim van een koolstofprijs, en of deze in overeenstemming is met de emissies die zogenaamd worden gedekt.
Onderzoekt de accountactiviteit, aankoop, bezit en inlevering, en hoe deze samenkomen tot de geclaimde nettopositie.
Onderzoekt facturen, waarden, betalingen en partijen, en of commerciële, douane- en emissieregisters dezelfde beweging beschrijven.
Onderzoekt herkomst, handtekeningen en bewijsintegriteit, en of de documentaire staat later kan worden gereconstrueerd.
Onderzoekt hoe de bewijslast is georganiseerd voor latere controle, inclusief audit-gereedheid en de data-infrastructuur erachter.
Onderzoekt de voorwaarden die een Determination blokkeren, beperken of toestaan, en hoe een beoordeelde staat wordt vergrendeld en vrijgegeven.
B4 onderzoekt verificatiebewijs. Het voert geen verificatie uit. Waar geaccrediteerde verificatie vereist is, voert een geaccrediteerde verificateur deze uit en trekt zijn eigen conclusie.
De blokken beschrijven hoe het beoordelingsproces is georganiseerd. Hoe bewijs een Determination wordt, wordt beschreven onder Beoordelingsaanpak.
WEETRA past dit beoordelingsproces momenteel toe op CBAM. Vereisten voor digitale productpaspoorten en bewijsstructuren rond douanehervorming blijven onderzoeksgebieden en mogelijke toekomstige uitbreidingen. Het zijn geen afzonderlijk beschikbare operationele diensten.
De beoordeling volgt drie samenhangende stappen. Eerst leest WEETRA de regelgevende eis en bepaalt het wat het dossier moet kunnen aantonen. Daarna wordt het bewijs onderzocht en wordt een professionele Determination bereikt. Tot slot worden het beoordeelde bewijs en de integriteit daarvan bewaard, zodat de conclusie later nog kan worden uitgelegd.
De WEETRA Determination vult deze rollen aan door vast te leggen wat het beoordeelde bewijs binnen het afgesproken mandaat ondersteunt. Waar vereist, blijft geaccrediteerde verificatie de onafhankelijke wettelijke taak van de verificateur. Mandaat en grenzen →